Hoe ziet een klimaatrobuuste natuurverbinding in het Land van Cuijk eruit? Dat is de onderzoeksvraag waar de studenten van de HAS green academy zich de afgelopen 20 weken mee bezig hebben gehouden. Deze vraag kwam vanuit de Gemeente Land van Cuijk na de fusie van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. Na deze fusie kwam de gelegenheid om het gebied op grotere schaal te herzien en de problemen aan het licht te brengen Nederland en zo ook het Land van Cuijk ervaren een sterke achteruitgang van de biodiversiteit, tegelijkertijd spelen er uitdagingen zoals klimaatverandering, een landbouw- en energietransitie en de woningnood. Door vanuit een breder perspectief te kijken kunnen deze thema’s integraal worden aangepakt. De achteruitgaande biodiversiteit is de aanleiding voor een nieuwe natuurverbinding die ervoor moet zorgen dat het oosten en westen van het Land van Cuijk meer met elkaar zijn verbonden. Om een robuuste natuurverbinding te creëren zullen er droge en natte verbindingen moeten komen. Zo wordt ervoor gezorgd dat er een divers scala aan habitatten in de gemeente wordt gefaciliteerd.
Toekomstbeeld van Land van Cuijk
In het land van Cuijk van 2100 komt sterk naar voren dat er vijf deelgebieden zijn, met ieder zijn eigen kenmerken. Aan de hand van het principe ‘water en
bodem sturend’ en de verschillende klimaatscenario’s zijn deze gebieden met perspectief op de toekomst vastgesteld. De gemeente Land van Cuijk bevat een zeer divers landschap met een sterk contrast tussen de beekdalen en de hoge zandgronden. In de opeenvolgende kaart is de visie van het Land van Cuijk te zien. Klimaatbestendigheid staat hierin centraal waar de visiekaart een toekomstige verbeelding van geeft. Met deze indeling is Land van Cuijk beter bestand tegen de blijvende klimaatverandering en zorgt het voor een veilige en maar ook duurzame toekomst.
Gebiedsvisie 2100
Voor de langetermijnvisie van Gemeente Land van Cuijk in het jaar 2100 is de gemeente opgedeeld in vijf afzonderlijke gebieden. Deze indeling is gebaseerd op de hoogteligging, evenals het bodem- en watersysteem. Voor elk afzonderlijk deelgebied is vastgesteld welke functies het zal vervullen op het gebied van landbouw, woningbouw en natuur. De indeling van de gebieden verloopt van oost (laaggelegen) naar west (hooggelegen) en omvat: Maasgebied, De Buffer, Raamvallei, Flank en Horst.
Maasdal
In het maasgebied is waterberging erg belangrijk voor de waterveiligheid. Dit gebied biedt ruimte voor natuur en kansen voor multifunctioneel ruimtegebruik wat betreft landbouw. In deze zone krijgt landbouw ook een rol, er komen extensieve (natte) teelten op kleine schaal een bijkomstige activiteit voor grondbeheerders kan zijn het beheren van de UNESCO Maasheggen structuur en/of uitbreiden van de andere natuur. Er is ruimte voor de volgende beheertypes: rivier, overstromingsgrasland, rivier begeleidend bos of beek begeleidend bos.
De Buffer
Voor het gebied ‘De Buffer’ zullen de bestaande dorpskernen inbreiden, met inpassing van groene- en blauwe structuren. Omdat dit gebied relatief laaggelegen is, komt er naar verwachting in 2100 vaker en meer water in dit gebied. Om hierop in te spelen komt er ruimte voor natte landbouw en natuur. In de toekomst dient deze zone als overlaat bij hoogwater in de rivier. De natuurbeheertypen die hier worden gerealiseerd bestaan vooral uit rivieren
beekbegeleidend bos, vochtig weidevogelgrasland, overstromingsgrasland, vochtig bos met productie, en wilgengrienden.
De Raamvallei
In de Raamvallei staat de bevordering van beekontwikkeling en waterberging centraal, gezien dit gebied het laagst gelegen is binnen de gemeente, fungeert het als natuurlijk afvoerpunt. In dit gebied ligt de nadruk sterk op natte natuur. Door de natuur te integreren met de beoogde beekontwikkeling en waterberging, wordt het gebied niet alleen robuuster, maar wordt ook de biodiversiteit gunstig beïnvloed. Door middel van extensieve natte teelt, zoals cranberries of riet, wordt gestreefd naar het bereiken van een duurzaam en ecologisch evenwicht dat aansluit op de natuurlijke kenmerken van het
gebied. Voorbeelden van natte beheertypen zijn overstromingsgrasland, vochtige heide en vochtig schraalland. Door een zachte overgang te gebruiken tussen het water en de omliggende grond ontstaat er een overgang tussen droge en natte natuur die zorgt voor diversiteit in de Raamvallei.
De Flank
Het gebied ‘De Flank’ is gelegen op de grens van het hoger- en lagergelegen gedeelte van de Gemeente Land van Cuijk. In deze zone blijft erg veel mogelijk voor zowel landbouw, natuur als wonen. Zo kan hier grondgebonden landbouw blijven bestaan vanwege de gunstige ligging en vruchtbare gronden. Hiernaast blijft er ruimte voor natuur inclusieve landbouw die rondom de dorpen kan komen te liggen. Ook blijven de dorpskernen vrijwel hetzelfde maar wordt er wel meer ingezet op het toevoegen van groenblauwe structuren en zijn er kansen voor uitbereiding naar de hoger gelegen gronden. Ook blijft er ruimte voor natuur, dit in combinatie met andere functies. In dit gebied zijn er natuurbeheertypes als: droog schraalgrasland, dennen-, eiken-, en beukenbos, droog bos met productie, kruiden- en faunarijk grasland, kruiden- en faunarijke akkers. Deze natuur vormt een belangrijke verbinding tussen de laag- en hooggelegen natuurgebieden.
De Horst
In het hooggelegen droge gebied van ‘De Horst’ is er vanwege de schralere gronden ruimte voor intensieve, niet grondgebonden landbouw zoals de varkens- en pluimveehouderijen, glastuinbouw en (champignon)kwekerijen. Op deze Horst kan er een hightech agropark ontstaan, waarbij duurzame energie wordt opgewerkt. Landschapselementen worden toegepast voor een aangename uitstraling en bijdrage aan de biodiversiteit. Het gebied
De Horst biedt kansen voor woningbouw, met uitbreiding van bestaande dorpen en inbreiding met groenblauwe structuren. De huidige natuur
worden omgezet van naaldbos naar heide of loofbos, wat geschikte droogtebestendige soorten zijn. Een droog zandlandschap met voedselarme, zure en droge condities brengt diverse flora en fauna, waaronder de das, boommarter, zwarte specht, geelgors en levendbarende hagedis. Het landschap is
ecologisch belangrijk als infiltratie gebied voor gebieden gevoed door kwelwater
Natuurverbindingen
De gemeente Land van Cuijk bestaat uit twee groene hoofdstructuren. Deze zijn voornamelijk gelegen van Zuid naar Noord. Om meer natuurlijke verbindingen te creëren tussen deze twee gebieden, zijn er drie verschillende principes uitgewerkt voor drie verschillende plekken binnen de gemeente. In deze verbindingen vormt het bekensysteem de basis. Deze 3 gebieden verbindingen zijn als volgt.
A. Natuur inclusief landschap
Deze verbinding verbindt de Langenboomse bossen in het westen, met de Kraaijenbergse plassen in het noordoosten. Door een grote grove verbinding te creëren, die bestaat uit een netwerk van vele kleine beekjes. Resulteert het in een totalitair robuuste verbinding waar flora en fauna de kans krijgt zich te
verspreiden. De Raamvallei vormt de aanzet tot een groot natuurvriendelijk gebied, waarmee de Langenboomse Bossen in het oosten verbonden wordt met de Maas in het westen.
Er worden door waterschappen in de Graafse Raam al heel wat maatregelen getroffen om meer ruimte te geven aan de natuur. In deze visie gaat dit in de hele Raamvallei gebeuren, waarbij natte natuur centraal staat. De beken zullen verder ontwikkeld worden, meer ruimte krijgen en ondieper worden. Overtollig water wordt hierdoor niet snel afgevoerd, maar juist opgevangen en in de grond kan zakken. Beken zullen sneller overstromen, waardoor de gebieden ernaast veel meer water kunnen opvangen en laten infiltreren in de bodem. Denk hierbij aan het beheertype “overstromingsgrasland”. Ook zullen de beken meanderen en structuren bevatten zoals dood hout, om de stroomsnelheid te verminderen. Naast dat dit zorgt voor een betere wateropvang, creëert dood hout talloze habitatten voor organismen en zal dus een positieve impact hebben op de biodiversiteit. Vistrappen en beplanting zullen aan beken worden toegevoegd om water vast te houden en vispopulaties mobieler te maken. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de Raamvallei de werking heeft van een spons, in natte tijden water opvangen en vasthouden om drogere periodes tegen te gaan.
In dit gebied zullen ook mogelijkheden zijn voor wandelen fietspaden, wat zorgt voor plekken voor recreatie. Ook kunnen agrarische ondernemers, naast dat ze het gebied kunnen beheren, aan de slag met kleinschalige natte teelten waarbij de natuur centraal staat.
B. Natuur inclusieve verbinding
De verbinding volgt twee watersystemen en doorkruist het hele landschap, langs diverse natuurgebieden zoals het bos bij Sint-Anthonis en Boxmeer. Maar het doorkruist ook veel agrarisch gebied, daardoor ligt niet alleen de focus op die plekken op beekontwikkeling maar ook op het multifunctioneel
maken van dit gebied. Doormiddel van natuur inclusieve landbouw wordt de verbinding versterkt, en door het creëren en beheren van landschapselementen geeft het een positieve bijdrage aan de biodiversiteit.
Op de hoge gebieden rondom Sint-Anthonis zal de natuur omgevormd moeten worden naar loofbossen of heide, waardoor water beter wordt vastgehouden. Rondom de peelrandbreuk kunnen wijst-gronden aangetroffen worden. Deze hooggelegen gronden zijn in staat om water vast te houden. Dit water bevat veel ijzer en ijzer bevattende waterlichamen zijn erg aantrekkelijk voor veel bijzondere soorten.
Omdat deze natuurverbinding zowel over de hoge droge als lagere natte gronden beschikt, is er voor dieren de mogelijkheid om zich seizoensgebonden te verplaatsen naar gewenste habitatten. De sloten en beken zullen ondieper gemaakt worden, waardoor overtollig regenwater in aanliggende vijvers en poelen kan stromen. Rondom de beken moet een “natuurbuffer” komen, deze buffer zorgt voor een geleidelijk verloop van de beek/ natuurverbinding naar een bebouwd- of landbouwgebied. Langs de beken zullen beplanting, natuurvriendelijke oevers en landschapselementen staan, waar soorten fauna
van gebied naar gebied kunnen trekken. Ecoducten en natuurtunnels zullen gerealiseerd worden bij de A73 en het spoor, waar de beken onderdoor gaan. Ook zal hier, naast recreatieplekken zoals wandel- en fietspaden, plek zijn waar natuur inclusieve landbouw plaatsvindt, om de natuurverbinding in een andere vorm te versterken/ onderhouden.
In het oosten, waar de beek uitmondt in de Maas, zal het gebied fungeren als waterbuffer om overtollig water vast te houden en het grondwaterpeil aan te vullen. Dit wordt bereikt door het gebied in te richten met weidevogelgrasland, overstromingsgrasland en rabatbossen. Deze gebieden kunnen onder water staan en op deze manier het grondwaterpeil aanvullen door infiltratie. Met behulp van capillaire werking kan vegetatie dit grondwater in drogere
tijden weer gebruiken.
C. Bosrijke verbinding met de Maas
In het geval van de zuidelijke natuurverbinding worden nieuwe natuurgebieden gecreëerd, vooral in het oosten van Overloon nabij de gemeentegrens, en in het westen langs de St. Jansbeek tot aan de Maas. Daardoor is dit de ontwikkeling van de meest traditionele natuurverbinding. Op de hoge schrale zandgronden in het westen is beperkt water beschikbaar. Daarom is het cruciaal om het hemelwater, vooral in de winter, goed op te vangen en vast te houden. Dit wordt gerealiseerd door natuurlijke elementen zoals afwisselende ruige graslanden, heide en loofbossen te creëren. De lagere gebieden, langs de beken, die net zoals bij de vorige verbindingen verbreedt en ondiep gemaakt zijn, herbergen kruiden- en faunarijke natuurgebieden. Bij de Maas is het gebied ontworpen om overtollig water in overstromingsgebieden van te houden. Dit wordt gedaan door het aanleggen van vochtig schraalland.
In het zuidelijke deel van de gemeente bevinden zich uitgestrekte productiebossen, zowel ten zuiden als ten noorden van Overloon. Deze bossen staan in verbinding met natuurgebieden buiten de gemeente. Daarom zijn deze bossen een aanleiding voor een natuurverbinding bestaande uit natuurgebieden, waar afgezien van recreatie, verder weinig plaats is voor multifunctioneel ruimtegebruik. Daarnaast stroomt er bij Groeningen in het oosten de St. Jansbeek, waarlangs natuurgebieden vergroot en versterkt worden. In het oosten komt de verbinding in aanraking met de A73 en het spoor, waardoor de aanleg van een ecoduct of natuurtunnel noodzakelijk is. Om een robuuste verbinding te creëren staan de hooggelegen productiebossen en de
bossen buiten de gemeente in verbinding met de Maas en het Maasheggengebied. Hierdoor wordt de verplaatsing van soorten en de uitwisseling van genen tussen subpopulaties van de hogere, schralere zandgronden naar de nattere lagere gebieden een stuk makkelijker.
Reactie plaatsen
Reacties